woensdag 27 november 2013

Tussen Deze en Gene

Ons gezellige familieleven hield op te bestaan met het overlijden van mijn broer. Na de verpletterende mededeling: speekselklierkanker volgde operaties en bestralingen. Hij kreeg nog een periode van rust, waarin hij alles deed waar hij zo van hield. Hij ging wintersporten met vrienden; was gecommitteerde bij de eindexamens op de school waar hij zoveel jaren met plezier had lesgegeven.
Tot het moment dat ik even mijn nood bij hem wilde klagen over gedoe in mijn buik. Helaas had hij net die ochtend een knobbel in zijn nek ontdekt en ik bracht hem meteen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. Over mijn buik hadden we het niet meer, ook niet met mijn lief die in het ziekenhuis lag met hevige hartproblemen.
Bij mijn broer werden in het hele lijf uitzaaiingen geconstateerd, de chemokuren starten meteen. Hij mocht wel kiezen tussen een waarvan zijn haar zou uitvallen en hij steriel zou worden, of een waarbij zijn nieren aangetast konden worden.  Fijne keuzes als je 37 jaar bent.
Mijn lief kwam thuis met een pot pillen en een regiment leefregels. Na een paar weken ging ik het ziekenhuis in voor een ingrijpende buikoperatie.
Wij herstelden redelijk vlot, kindjes zouden we niet krijgen, maar we hadden elkaar en het Leven, terwijl mijn broer zieker en zieker werd en uiteindelijk overleed, 14 maanden na de diagnose.
Tijdens een van de laatste gesprekken die ik met hem had, zei hij: ‘volgens de statistieken ben ik te jong, maar ik heb wel uit mijn leven gehaald wat er in zat’.
Die woorden gaven mij kracht om mezelf bij elkaar te pakken en door te gaan.
Bij alles wat ik daarna ondernam, zette ik ‘mijn broer’ op mijn schouder en liet hem, via mijn oren, mooie muziek horen en via mijn ogen de dingen zien, waar hij altijd van genoten had. Op die manier hoorde ik mooie muziek en genoot ik van alle schoonheid die het leven te bieden heeft.
We kregen zelf veel met ziekenhuisopnames en ingrepen te maken en er volgende jaren van afscheid nemen, mijn vader; mijn schoonouders; een ex-zwager van 37 jaar waar ik heel gek op was. Vaak volledig uitgeput, maar toch altijd weer kracht vinden in de natuur, bij onze huisdieren en in onze moestuin, maar bovenal in de gesprekken met vrienden, vooral met die ene bijzondere vriendin.
Tot de dag dat ook zij, na een periode van totaal miskennen door de medici, hoorde dat ze vol uitzaaiingen zat en zes weken later, 47 jaar oud, overleed. Ik was kapot, met wie kon ik dit verdriet delen? Het leek onoverkomelijk maar ik bleek toch door te kunnen leven. Ook haar nam ik mee, naar de tuin, want dat was een passie die we deelden, of naar de zee, die we zo vaak hadden gedetermineerd om de goede kleuren te vinden om hem te schilderen. Het bleek dat ik zonder haar kon overleven en zelfs weer plezier durfde hebben, af en toe. Ik ben ervan overtuigd dat zij mij heeft gestuurd en gesteund om te stoppen met roken en om meer met mijn creativiteit te doen.
Windkracht 7

Zo gingen de jaren door, nog een keer werd ik zwaar ziek tijdens een vakantie en heb ik stilletjes in mijn eentje een zwaar gevecht geleverd. Uiteindelijk werd dat een gevecht met mijn eigen verzet tegen wie en wat ik ben, een spiritueel zeer bewust mens. 

Het bleek het begin van een volgende episode van afscheid nemen.
Mijn moeder werd heel gezond en zelfstandig oud, totdat het niet meer lukte. Ze kwam een maand bij ons in huis en we vierden haar 88 verjaardag in haar eigen huis, waar ze toen precies 50 jaar woonde. Twee maanden van langzaam, hard achteruitgaan volgende. Ze werd opgenomen in het ziekenhuis en werd daar heel verward van de medicijnen, tot het moment dat ze moest beslissen over bepaalde behandelingen, toen kon ze heel helder aangeven wat ze wilde. Uiteindelijk was ze ‘uitbehandeld’ en moest ze weg uit het ziekenhuis, want daar is niet veel plaats voor de dood. We besloten samen dat ze naar haar huis zou komen en daar ben ik bij haar gebleven. Stilletjes, met af en toe een familielid of goede buur om afscheid te nemen, kwamen we de dagen door. Gelukkig kreeg ik ’s nachts ondersteuning van een wijkzuster, zodat ik ongestoord een paar uur kon slapen.
Het moment van overgaan was ik alleen met haar en dat was goed, een moedig mens dat rustig, alleen de stap nam, wetend wie haar opwachtte aan de andere kant.

Afscheid nemen van het huis dat vijftig jaar mijn ouderlijk huis was geweest, eindeloze gesprekken met mijn zus over vroeger, onze jeugd en over nu, haar opleiding en vooral haar kleinkind waar ze zo blij mee was. Stapje bij stapje kreeg ook dit afscheid een plek in mijn dagelijkse ritme. Natuurlijk verwachtte ik mams te horen als de telefoon ’s morgens om 11 uur ging, want dat was jaren ons vaste belmoment geweest. Helemaal overstuur als er iets gebeurde en ik haar niet kon bellen, maar gelukkig was er dan mijn grote zus, tot een half jaar later. Ze had pijn in haar buik, werd niet zo serieus genomen, tot ze als donor weer bloed zou geven, het bleek dat alle waarden ontregeld waren en ze werd naar de huisarts gestuurd. Gelukkig was er een waarnemer die wel luisterde en haar doorstuurde naar het ziekenhuis. Vandaar uit werd ze doorgestuurd naar een ander ziekenhuis en ’s avonds werd ik  door mijn neefje gebeld dat ze op de OK lag voor een ‘kijk’-operatie. 
Pas de volgende dag kreeg ik verder verslag: ze lag op de IC en werd in coma gehouden! 
Die avond zijn we naar haar toe gegaan. Ze lag onherkenbaar opgezwollen en aangesloten op zoveel pompen als ik nog nooit gezien had aan één patiënt, stil zonder enige uiting van leven. 
Een geweldige meelevende broeder gaf info, rustig in woorden die mijn zus ook zou begrijpen als ze er iets van meekreeg. Woorden over de ernst, maar ook woorden vol hoop.
Verdrietig gingen we naar huis, we hoefden niet te waken, want er zou verder aan haar behandeld worden o.a. een nierdialyse, omdat haar nieren niets meer deden. 
Die nacht is ze ingeslapen, helemaal alleen in dat ziekenhuisbed, pas 57 jaar oud. 
Toen knapte er iets in me, wat voelt dat eenzaam: geen ouders, geen broer, geen zus, geen kinderen of kleinkinderen. 
Omwarm mij

Het kostte tijd om dat te verwerken en ondertussen moest het ouderlijkhuis nog verkocht en verder ontruimd worden. Gelukkig hielpen mijn zwager en vooral mijn schoonzusje me daarmee.
Zeven maanden later, onze trouwdag, dat werd een heel rare: de koopakte zou die dag passeren bij de notaris, waar mijn schoonzusje mij zou vertegenwoordigen. 
Helaas was ons geen rust gegund: mijn lief kreeg een telefoontje waarin hem verteld werd dat een van zijn broers, net 60 jaar, acuut was overleden. 
Verbijstering, hoe moesten we nu verder?
Maar weer het lukte het, we reisden een paar weken later naar Frankrijk waar mijn nichtje, de dochter van mijn zus trouwde. Een laatste keer met de familie samen verdriet en veel geluk delend. 
Daarna ging ieder verder op zijn eigen pad en ontmoeten we elkaar een enkele keer, live of op het web.
Tweeëneenhalf jaar later brachten we, op de sterfdag van mijn zus, een schoonzus naar haar laatste rustplaats. Zij had drie jaar gevochten tegen haar kanker, ze was 63 jaar en had nog zo graag haar kleinkinderen groot willen zien worden. Op die dag viel ook het restje schoonfamilie uiteen.
Rouw brengt mensen soms samen, maar zorgt vaker voor uiteengroeien.

Nu zit ik al jaren omringt met alle goede herinneringen, de minder fijne kan ik vergeten want die hebben hun zin verloren. Gelukkig gaat het goed met mijn lief en hebben we elkaar.

Ondanks het verdriet dat ons heeft getekend is iedere dag gevuld met cadeautjes, als je goed kijkt en wilt zien. 
Vanuit het moois van de natuur en liefde van de vrienden om ons heen kan ik genieten van mijn leven, uit respect voor al die geliefden die dat niet meer aan deze kant van de horizon kunnen. 
De boomvrouw


Geen opmerkingen:

Een reactie posten